Karakteristiek voor deze stoel is dat hij uit één geheel bestaat, ‘rugleuning-zitting’, met vier pinnen waarop de vier poten afzonderlijk vastgemaakt worden. Het gedeelte met de poten is cirkelvormig, omdat dit een sterkere samenhang tussen poten en pinnen verzekert. De basis van de zitting heeft een structuur met een dubbele perimeter: de structuur binnenin houdt, samen met het kruiselement, de 4 cilindrische poten stevig samen, terwijl de drie zijkanten aan de buitenkant het vlak van de zitting verstevigen. De zachte, holle kromming van de rugleuning beantwoordt niet alleen aan de ergonomische vereisten, maar maakt de stoel ook steviger, net zoals de twee zijkanten. Bovendien zijn de achterpoten verlengd, tot een derde van de hoogte van de zitting; ze zijn ingebracht in de voorkant van de versterking, die aangebracht is aan de achterzijde van de rugleuning. Zij hebben ook de functie van steunpunt om het achteroverbuigen van de rugleuning te beperken. De oppervlakte van de zitting-rugleuning heeft de vorm van een golvende kuip.
In de massa getinte polypropileen